Ordinary & Best Bitter| Bierstijl beschrijving

“There’s no sweeter drink than a well-made bitter.”

Ordinary & Best Bitter

  • Vergisting: bovengistend
  • Alcohol: 3,0% – 4,0%
  • Kleur: blond tot amberkleurig
  • IBU: 25-40
  • Bijzonderheden: Een biertype die onder de Engelse Pale Ales valt. Hierbij is de Ordinary bitter minder uitgesproken en bevat minder alcohol dan de Best Bitter.

De stijlvader is wat mij betreft Timothy Taylor – Landlord. Sinds 1952 op de markt en niet onverdienstelijk. Dit bier heeft vele prijzen in de wacht gesleept en niet onterecht. Een bier, licht in alcohol, redelijke bitterheid en een zoetmoutige smaak van rood fruit. Dit bier valt bij vele bierdrinkers in de smaak!

Deze bierstijl is niet overheersend in smaak en heeft daarom een gerecht nodig die ook niet te sterke smaken heeft. Combineer dit met de oorsprong van deze bierstijl en je komt uit bij Fish ’n Chips. Bestel deze wel met de Mushy Peas en een beetje vinegar (azijn) als tegenhanger van het zoetje in het bier.

Globale kenmerken

Bitter is een traditioneel Engels bier dat bekendstaat om zijn lichte karakter en uitstekende doordrinkbaarheid. Het alcoholpercentage ligt doorgaans tussen de 3,0 en 4,5 procent, waardoor het vaak wordt beschouwd als een echt “session beer”: een bier dat je langere tijd kunt drinken zonder dat het te zwaar wordt. De kleur varieert van goud tot licht amber. In geur en smaak biedt Bitter een subtiele moutigheid, die kan doen denken aan biscuit of lichte karamel, maar de mout is nooit dominant. De hoparoma’s — meestal afkomstig van klassieke Engelse hopsoorten zoals Fuggles of East Kent Goldings — zijn duidelijk aanwezig maar blijven bescheiden, met aardse, bloemige of licht kruidige tonen.

De bitterheid is mild tot gemiddeld en wordt netjes in balans gehouden door de lichte moutbasis. Het mondgevoel is overwegend licht, soms zelfs droog, en de koolzuur is laag tot matig, wat bijdraagt aan de traditionele pubdrinkbaarheid. In de literatuur zoals de gids van de Bierkeurmeestersgilde en het boek “Biertypen boek” van Derek Walsh worden twee subcategorieën vermeld: Ordinary en Best. Hierbij is de Ordinary iets minder sterk dan de Best.

Geschiedenis

De bierstijlen Ordinary Bitter en Best Bitter zijn diep geworteld in de Britse biertraditie en vormen een directe voortzetting van de bieren die in de 18e en 19e eeuw in Engelse pubs werden geschonken. Hun oorsprong ligt in de ontwikkeling van pale ales, een bierstijl die mogelijk werd dankzij een technische doorbraak: de introductie van cokesgestookte mouterijen in de 18e eeuw. Hierdoor kon men lichter mout produceren zonder de rokerige smaken van houtgestookte processen. Het resultaat was een nieuw soort helder, lichtgekleurd bier met een frisse hopsmaak — iets heel anders dan de donkere, zware ales die tot dan toe domineerden.

In de 19e eeuw werd deze nieuwe pale ale steeds populairder, zeker in de opkomende industriesteden waar de Engelse pubcultuur tot bloei kwam. Brouwerijen begonnen varianten te maken die minder sterk waren dan de exportversies (zoals de bekende India Pale Ales). Deze lichtere, lokaal gedronken versies werden in de pub vaak simpelweg besteld als een “bitter”, een verwijzing naar de meer uitgesproken hopbitterheid vergeleken met de traditionele milds, die maltiger en zoeter waren.

Tegen het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw raakten de termen Ordinary Bitter, Best Bitter en Strong/Extra Special Bitter ingeburgerd. Het waren geen officiële categorieën, maar praktische benamingen binnen de pub en bij de brouwerij om aan te geven hoe sterk of luxe een bier was. Ordinary Bitter was het meest alledaagse en goedkope bier, bedoeld voor de arbeider die vele pints kon drinken zonder om te vallen. Best Bitter was de wat rijkere, vollere variant — iets duurder, maar nog altijd bedoeld als doordrinkbaar pubbier.

Tijdens de 20e eeuw, vooral na de Tweede Wereldoorlog, daalde het gemiddelde alcoholpercentage in Groot-Brittannië verder door belastingdruk en schaarste aan grondstoffen. Hierdoor werden Ordinary en Best Bitters nog lichter en meer sessionable, wat paste bij het sociale karakter van de pubcultuur. In dezelfde periode ontstond ook de real ale-beweging, aangevoerd door CAMRA (Campaign for Real Ale) in de jaren 1970. Deze beweging zette zich in voor het behoud van traditionele cask-conditioned bitters, die onder druk kwamen te staan door de opkomst van gefilterde, gepasteuriseerde lagers.

Dankzij die beweging bleven bitters niet alleen in leven, maar groeiden ze uit tot symbolen van het Britse biererfgoed. Vandaag worden Ordinary en Best Bitter beschouwd als klassieke pubbieren: bescheiden van alcohol, subtiel van smaak en doordrenkt met geschiedenis. Ze staan symbool voor vakmanschap, lokale cultuur en de unieke sfeer van de Engelse pub.

Campaign for real ale

In de jaren zestig van de twintigste eeuw veranderde het beeld van het Engelse bierlandschap drastisch. Grote commerciële brouwerijen begonnen de markt te domineren met licht gefilterde, gepasteuriseerde bieren die overal hetzelfde smaakten. Traditionele, lokaal gebrouwen bieren dreigden uit het straatbeeld te verdwijnen. Voor veel mensen leek het alsof het karakter en de verscheidenheid van de Engelse pubcultuur verloren gingen.

Het was in deze tijd dat een groep enthousiaste bierliefhebbers besloot in actie te komen. In 1971 werd de CAMRA opgericht, de Campaign for Real Ale. Hun missie was helder: de traditionele brouwmethoden en de lokale pubs die deze bieren serveren, moesten behouden blijven. Ze wilden de wereld laten zien dat bier meer is dan een gestandaardiseerde commerciële drank; het is cultuur, ambacht en gemeenschap.

CAMRA introduceerde de term “Real Ale”, een naam voor bier dat nog op de traditionele manier werd gemaakt: cask-conditioned, ongefilterd en ongepasteuriseerd. Dit bier rijpte en fermenteerde in het vat, waardoor het een natuurlijke levendigheid en complexiteit behield die de commerciële alternatieven nooit konden evenaren. Real Ale werd geserveerd zoals het bedoeld was: met de hand gepompt uit de cask of via gravity dispense, direct van de bron in je glas.

De beweging had al snel effect. Lokale pubs, die op het punt stonden te verdwijnen, kregen een nieuw leven. Mensen begonnen opnieuw te waarderen dat een pint Bitter niet alleen dorst lest, maar ook een verhaal vertelt: over de regio waar het vandaan komt, over de brouwer die het ambachtelijk maakt, en over de gemeenschap die samenkomt om het te drinken. Festivals ontstonden, kennis over verschillende bierstijlen werd gedeeld en de traditionele Engelse ale vond een nieuw publiek, zowel lokaal als internationaal.

Dankzij de Real Ale-beweging zijn klassieke stijlen zoals Ordinary Bitter, Best Bitter, Mild en Porter vandaag niet alleen bewaard gebleven, maar worden ze gevierd. Ze vertegenwoordigen de essentie van de Engelse pub: een plek waar traditie, smaak en sociale verbondenheid samenkomen. Het verhaal van Real Ale laat zien dat bier meer is dan een drankje; het is een cultureel erfgoed, levend in elke pint die nog steeds uit een cask wordt getapt.